Documenten

Algemene informatie Passend Onderwijs

Als uw is kind aangemeld voor een reguliere school en daarbij is aangegeven dat uw kind extra ondersteuning nodig heeft:

School onderzoekt of uw kind extra ondersteuning nodig heeft

Hebt u aangegeven dat uw kind een ondersteuningsvraag heeft, dan onderzoekt de school welke ondersteuning uw kind nodig heeft. Bij de eerste aanmelding in het primair onderwijs gebruiken scholen vooral uw informatie om de begeleiding van uw kind vast te stellen. Daarom is het belangrijk om zelf duidelijk aan te geven welke extra ondersteuning uw kind volgens u nodig heeft. Na een verhuizing of bij de eerste aanmelding in het voortgezet onderwijs gebruiken scholen ook het onderwijskundig rapport van de vorige school. U hebt het recht dit rapport in te zien of om eventuele onjuistheden te laten corrigeren.

Binnen 6 tot 10 weken na aanmelding een passend aanbod voor uw kind

De school doet u binnen 6 weken na uw aanmelding een passend aanbod. Op de school van aanmelding, of op een andere school. Dit hangt af van de ondersteuningsbehoefte van uw kind en van de expertise en mogelijkheden van de school. Als de school uw kind niet voldoende kan ondersteunen, zoekt de school – na overleg met u – binnen diezelfde 6 weken een betere plek. De school mag deze termijn 1 keer met maximaal 4 weken verlengen. Als binnen 10 weken nog geen besluit is genomen, wordt uw kind ingeschreven op de school van aanmelding. Deze inschrijving is geldig tot het besluit over de toelating is genomen.

De school zoekt samen met u een passende plek voor uw kind

Lukt het niet om uw kind te plaatsen, dan gaat de school – na overleg met u – op zoek naar een passende plek op een andere school. De school bespreekt met u welke scholen in het samenwerkingsverband of eventueel daarbuiten de juiste expertise hebben. En houdt daarbij zoveel mogelijk rekening met uw voorkeuren, bijvoorbeeld voor een bepaalde schoolrichting of de maximale afstand tussen uw huis en de school. Uiteindelijk doet de school u een schriftelijk aanbod voor een school die uw kind de nodige extra ondersteuning kan bieden en die bereid is om uw kind toe te laten. Als er na 10 weken nog geen besluit is genomen over de toelating van uw kind, dan heeft hij of zij recht op een tijdelijke plaatsing op de school van aanmelding. Mocht VSO nodig zijn, dan zal het VO een TLV moeten aanvragen.

De doelen van passend onderwijs moeten er samen voor zorgen dat alle kinderen een passende onderwijsplek krijgen.

Passend onderwijs in het kort

Met ingang van 1 augustus 2014 zijn scholen verantwoordelijk alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede 'passende' onderwijsplek te bieden. Daarvoor werken reguliere en speciale scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden.

De school heeft zorgplicht

Ouders melden hun kind schriftelijk aan bij de school van hun keuze. Verwachten ze dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft, dan geven ze dit meteen aan. Ook als ouders hun kind bij meerdere scholen hebben aangemeld, moeten ze dit bij de aanmelding aangeven. In dat geval krijgt de school van eerste voorkeur de zorgplicht. Dat betekent dat die school de taak heeft om het kind een passende onderwijsplek te bieden.

Samenwerkingsverbanden van scholen in de regio

Om ervoor te zorgen dat alle kinderen een passende plek krijgen, hebben scholen regionale samenwerkingsverbanden gevormd. In het primair en het voortgezet onderwijs zijn in totaal 152 samenwerkingsverbanden opgericht (77 in het po en 75 in het vo). In deze samenwerkingsverbanden werken het regulier en speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) samen. De scholen in het samenwerkingsverband maken afspraken over onder andere de begeleiding en ondersteuning die alle scholen in de regio kunnen bieden en over welke leerlingen een plek kunnen krijgen in het speciaal onderwijs. Ook maakt het samenwerkingsverband afspraken met de gemeenten in de regio over de inzet en afstemming met (jeugd)zorg.

Financiering extra ondersteuning

De samenwerkingsverbanden ontvangen geld voor extra ondersteuning. Dit wordt verdeeld op basis van de afspraken die in het samenwerkingsverband zijn gemaakt over de scholen. Zo is meer maatwerk mogelijk en kan het geld zo veel mogelijk worden gebruikt voor ondersteuning op de reguliere school en in de klas. Uit de middelen betaalt het samenwerkingsverband ook het voortgezet speciaal onderwijs ((v)so) voor het aantal leerlingen dat vanuit samenwerkingsverband daar is ingeschreven.

1. Duidelijkheid over toewijzing extra ondersteuning

Samenwerkingsverbanden leggen in hun ondersteuningsplan vast welke ondersteuning de scholen in het samenwerkingsverband bieden en welke leerlingen in aanmerking komen voor extra ondersteuning in het (voortgezet) speciaal onderwijs. De scholen geven in hun schoolondersteuningsprofiel aan wat zij kunnen doen om leerlingen een passende plek te bieden. Zo is duidelijk wat het ondersteuningsaanbod in de regio is. Ouders melden hun kind aan bij de school van hun voorkeur. Die school heeft vervolgens zorgplicht. Ouders hoeven niet meer zelf langs verschillende scholen om een plek voor hun kind te vinden.http://www.passendonderwijs.nl/over-passend-onderwijs/zorgplicht/

 2. Minder bureaucratie

Passend onderwijs leidt tot minder bureaucratie. Dus geen lange indicatieprocedures, wachtlijsten en gescheiden circuits van lichte en zware ondersteuning met aparte indicatietrajecten. Het samenwerkingsverband krijgt zowel de middelen voor lichte als voor zware ondersteuning. Die middelen kunnen ze flexibel inzetten. Vanzelfsprekend moet het samenwerkingsverband wel inzicht geven in de wijze waarop het die middelen besteedt. Lees meer over de bekostiging van passend onderwijs.http://www.passendonderwijs.nl/mbo/passend-onderwijs-in-het-mbo/bekostiging/

3. Goede docenten voor de klas

Goed onderwijs en goede extra ondersteuning van een leerling in de klas valt of staat met de leraar. Dat geldt ook voor passend onderwijs. De leraar staat er niet alleen voor: hij werkt samen met het team, de school en het samenwerkingsverband. Met passend onderwijs wordt geïnvesteerd in opbrengstgericht werken voor alle leerlingen én in de verdere ontwikkeling van leraren.

4. Geen thuiszitters

Alle kinderen verdienen een plek in het onderwijs. De afgelopen jaren is gewerkt aan het terugdringen van de thuiszittersproblematiek, maar er zitten nog steeds kinderen onnodig thuis. Daarom is een belangrijk doel van passend onderwijs om het aantal thuiszitters nog verder terug te dringen: een zo passend mogelijk onderwijsprogramma voor alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben in het onderwijs.http://www.passendonderwijs.nl/in-en-om-de-school/thuiszitten-voorkomen/

5. Betere afstemming tussen onderwijs en zorg

De afstemming met gemeenten wordt belangrijker. Gemeenten hebben nu al taken die van belang zijn voor het realiseren van passend onderwijs, zoals leerlingenvervoer, onderwijshuisvesting en leerplicht. Vanaf januari 2015 komen daar jeugdhulp, bevordering van participatie en maatschappelijke ondersteuning bij. Door goede afspraken te maken, kan ondersteuning vanuit de gedachte ‘één kind, één plan’ worden gerealiseerd en wordt versnippering voorkomen.

 

Terug naar het overzicht

Heeft u een vraag?

Vul uw gegevens in en we nemen zo snel mogelijk contact met u op.

Algemene gegevens
  • *
  • *
  • *
  • *

Velden met een * zijn verplicht

Subdiensten