Over ons

Algemeen
Het doel van passend onderwijs is dat elke leerling onderwijs krijgt dat zoveel mogelijk past bij zijn of haar niveau en ondersteuningsbehoefte, zo thuisnabij mogelijk. Sinds 1 augustus 2014 heeft elke school zorgplicht. Dit betekent dat als een leerling zich aanmeldt bij een school, die school verantwoordelijk is om samen met de ouders de meest passende onderwijsplek te vinden. Die kan gevonden worden op de school waar de leerling wordt aangemeld, maar ook op een andere school. De school waar een leerling is aangemeld, doet onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Als de school aan die ondersteuningsbehoefte tegemoet kan komen, wordt de leerling op die school ingeschreven. Kan de school zelf geen passende onderwijsplek bieden, of zit de school vol, dan zoekt de school voor deze leerling een andere school; bij voorkeur binnen het samenwerkingsverband. Het is de verantwoordelijkheid van een samenwerkingsverband om voor een dekkend onderwijsaanbod te zorgen en ervoor te zorgen dat elke leerling geplaatst wordt. Een samenwerkingsverband speelt dus ook een rol in het kader van het beheersen van de thuiszittersproblematiek.

Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs 31.02
In 2014 is de Wet Passend Onderwijs in werking getreden. De overheid heeft ons land toen ook ingedeeld in regio's met elk een eigen samenwerkingsverband. De samenwerkingsverbanden zijn ingedeeld in primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het MBO. Alle scholen binnen de regio van een samenwerkingsverband zijn door de overheid verplicht bij dat samenwerkingsverband aangesloten. Ons samenwerkingsverband omvat alle scholen voor voortgezet onderwijs (VO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en praktijkonderwijs (PrO) uit 6 gemeenten: Beesel, Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond.
De wijze waarop de scholen samenwerken en het beleid dat gevoerd wordt, is beschreven in het ondersteuningsplan. Dat ondersteuningsplan wordt tenminste één keer per vier jaar door het bestuur van het samenwerkingsverband vastgesteld. Voordat het plan wordt vastgesteld, vindt er OOGO (op overeenstemming gericht overleg) met de betrokken gemeenten plaats. Het samenwerkingsverband kent ook een OPR (ondersteuningsplanraad). Dat is een medezeggenschapsorgaan waarin gekozen vertegenwoordigers vanuit de ouders/leerlingen en personeelsleden van de scholen zitting hebben. De OPR heeft instemmingsrecht bij het vaststellen van het ondersteuningsplan.

Type ondersteuning
Aan de samenwerkingsverbanden zijn middelen toegekend voor lichte en zware ondersteuning. De lichte ondersteuning betreft de middelen voor de versterking van de ondersteuningsstructuur in het regulier onderwijs; de zware ondersteuning betreft middelen die door het samenwerkingsverband worden toegekend aan het speciaal onderwijs voor de leerlingen die daar geplaatst zijn. Als een samenwerkingsverband er echter in slaagt om meer leerlingen binnen het regulier onderwijs te houden, mogen de overblijvende middelen voor zware ondersteuning worden ingezet binnen het regulier onderwijs ter versterking van de zwaardere ondersteuning op de scholen. Het bestuur van een samenwerkingsverband bepaalt (binnen de wettelijke kaders) op welke wijze de middelen worden ingezet. Het beleid dat daar aan ten grondslag ligt, is ook vastgelegd in het eerdergenoemde ondersteuningsplan.