Visie en missie

De wettelijke opdracht van passend onderwijs (WVO-artikel 17a) staat als volgt omschreven:
‘Het samenwerkingsverband stelt zich ten doel een samenhangend geheel van ondersteunings-voorzieningen binnen en tussen de scholen te realiseren en wel zodanig dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken en leerlingen die extra ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen’.

In het visietraject 2018 hebben we met elkaar bekeken wat we belangrijk vinden als het gaat om passend onderwijs en over de bedoeling van passend onderwijs voor ons als scholen, besturen en samenwerkingsverband. Dit heeft geresulteerd in de volgende beschrijving van de bedoeling (the why) van (passend) onderwijs voor ons als samenwerkingsverband.

Wij faciliteren de optimale groei van elke jongere binnen het voortgezet onderwijs in ons onderwijsgebied met als doel waardige deelname aan de maatschappij nu en in de toekomst.


Uit deze beschrijving wordt duidelijk dat passend onderwijs geen ander(e) (be)doel(ing) heeft dan kwalitatief goed onderwijs voor alle leerlingen in onze regio. Een belangrijke conclusie uit het visie-traject is dat we nog bewuster willen uitgaan van een ontwikkelingsgerichte benadering van leerlingen. De leerlingen zelf moeten centraal staan bij al onze beslissingen. We realiseren ons dat we niet alleen de opdracht hebben om leerlingen succesvol door te laten stromen naar vervolgonderwijs, arbeid of dagbesteding. Maar dat we daarbij ook een pedagogische opdracht hebben, gericht op het welzijn van leerlingen.

We streven ernaar om voor zoveel mogelijk leerlingen thuisnabij onderwijs te realiseren, door de expertise in de klas en naar de leerling te brengen. Dat zal niet voor alle leerlingen de passende onderwijsplek zijn. Daarom investeren we ook in speciaal voortgezet onderwijs voor die beperkte doelgroep leerlingen die alleen op deze scholen tot ontwikkeling en leren komen.

Uitgangspunten

We werken volgens een aantal uitgangspunten die we in 2014 hebben geformuleerd en die we bijgesteld en/of aangevuld hebben op basis van ons visietraject of wettelijke voorschriften. We streven ernaar om deze uitgangspunten leidraad te laten zijn in ons handelen. Het vijfde uitgangspunt, inclusief werken, is nieuw. Dit uitgangspunt hangt onder andere samen met de vaststelling in 2016 van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

* Het leren en ontwikkelen van jongeren staat centraal;

Dit is cruciaal bij het goed uitvoeren van de opdracht om passend onderwijs te realiseren voor alle jongeren. Niet het belang van de school/voorziening moet centraal staan, maar het belang van de jongere. Dit houdt niet in dat het altijd voor alle leerlingen optimaal geregeld kan worden, maar wel altijd maximaal binnen de mogelijkheden van het samenwerkingsverband. In het visietraject hebben we met elkaar vastgesteld dat het vooral gaat om wat de leerlingen wel kunnen en niet om de beperking die de leerling heeft. Door gericht te zijn op de beperking van de leerling, bestaat de neiging om het probleem van de stagnerende ontwikkeling bij de leerling te leggen. Daarmee wordt voorbijgegaan aan het idee, dat elke leerling zich kan ontwikkelen en dat het aan ons is om de juiste voorwaarden voor die ontwikkeling te scheppen.

* Eigenaarschap;

We vinden het belangrijk om uit te gaan van het eigenaarschap van een leerling voor zijn/haar eigen leerproces. Door het stellen van leerdoelen en zelfsturing ervaren leerlingen dat ze sturing kunnen geven aan hun eigen leerproces. Dit geldt eveneens voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Elke docent en/of mentor gaat met deze leerlingen in dialoog over hun ondersteuningsbehoefte en vraagt wat de leerling zelf kan bijdragen aan zijn/haar eigen ontwikkelingsperspectief.
Voor het uiteindelijke succes van passend onderwijs, is de mate waarin de medewerkers op de scholen zich verbonden voelen aan de gezamenlijke doelstellingen essentieel. Daar moet eigenaarschap gevoeld worden. Passend onderwijs is niet iets van het bureau van het samenwerkingsverband, dat op afstand staat van de scholen. Passend onderwijs kan alleen maar slagen als er eigenaarschap gevoeld wordt op alle lagen, zowel bestuurlijk als op schoolniveau, als op het niveau van de individuele medewerkers.

* Besturen en scholen zijn gericht op integrale samenwerking met gemeenten en jeugdhulp;

Jongeren maken deel uit van drie leefwerelden: wonen, school/werk en vrije tijd. Deze drie domeinen staan altijd in verbinding met elkaar. Dat maakt dat integraliteit van wezenlijk belang is bij de ondersteuning van leerlingen die dat nodig hebben. Integraal samenwerken vanuit verschillende organisaties, met eigen regels, procedures en een eigen cultuur ontwikkelt zich stap voor stap. Het vraagt de nodige inspanning van alle partijen. Wat we daarbij belangrijk vinden is dat we in eerste instantie kijken wat nodig is voor de leerling (en het gezin), en pas daarna bekijken wie welke bijdrage kan leveren aan de gewenste ondersteuning. Dat betekent loskomen van ‘hokjesdenken’. Dit vraagt om heldere afspraken met onze kernpartners over verantwoordelijkheid en regie.

* Partnerschap met ouders;

Partnerschap met ouders is veel meer dan ouders tijdig informeren over de ontwikkeling van een leerling Dat is eenzijdig. Partnerschap start bij het besef van gemeenschappelijk belang en dat je samen méér kunt. Het gaat erom dat ouders vanaf het begin gezien worden als gelijkwaardige partners van de school. Ieder wel met een andere verantwoordelijkheid. Het is niet de bedoeling dat ouders op de stoel van school of andersom gaan zitten. Partnerschap met ouders is niet alleen relevant voor leerlingen die (extra) ondersteuningsbehoefte hebben, maar voor alle leerlingen. Ouders kennen hun zoon/dochter het beste. We realiseren ons dat bij de vormgeving van het partnerschap met ouders zowel een positieve grondhouding als vertrouwen van belang zijn.

* Inclusiever werken/inclusiever denken en handelen;

Het realiseren van passend onderwijs voor alle leerlingen heeft alles te maken met onze visie op de maatschappij. In hoeverre vinden we dat kinderen en jongeren met een beperking er daadwerkelijk bij horen? In ons samenwerkingsverband streven we naar inclusiever werken en inclusiever denken en handelen. Inclusiever werken betekent niet dat er geen specialistisch onderwijs meer is. Het betekent wel dat we in ons samenwerkingsverband recht doen aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, 2016. Leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften horen in het regulier onderwijs thuis, tenzij….

Kernwaarden
Naast de hierboven geformuleerde uitgangspunten zijn twee kernwaarden voor ons van belang:

* Samenwerking

Er is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het realiseren van een passend onderwijs- en ondersteuningsaanbod. De betrokken besturen en scholen zien elkaar als partner en zoeken de verbinding als het in het belang is van een passend aanbod voor leerlingen.

* Vertrouwen

Of het nu gaat om de onderlinge samenwerking tussen scholen en besturen of de samenwerking onderwijs, jeugdhulp en gemeenten; het is essentieel dat we uitgaan van vertrouwen. We hebben vertrouwen in de professionaliteit van de ander en vertrouwen erop dat de ander ook zoekt naar de meest optimale ondersteuning voor de leerling. In het samenwerkingsverband spreken we het vertrouwen uit in de eigen (ontwikkel)kracht van leerlingen en ouders.